Toen ik zes was, kochten mijn ouders een cd-speler met een handjevol cd's erbij. Eén daarvan was een live-opname van Simon & Garfunkel, een concert in het park. Geen beeld, alleen geluid — en toch stond ik middenin dat park. Dat heeft me nooit meer losgelaten. Ik werd geluidstechnicus, en niet in een studio maar live, op het podium, waar het echt gebeurt. Een opleiding heette: de praktijk.
Wat ik daar leerde, klinkt abstract maar is heel concreet: je stuurt een band of orkest niet noot voor noot. Je luistert, je meet, je begrijpt wat er in de ruimte gebeurt, en dán grijp je subtiel in, op de voorwaarden. Geluid is geen optelsom van losse tonen. Het is een geheel, en het geheel is meer dan de delen. Die manier van kijken is nooit meer weggegaan. En het leerde me om de dynamiek te begrijpen van iets ongrijpbaars.


